ONZE GEMEENTE GROEIT EN VERGRIJST
Veranderingen in bevolking vragen om goede keuzes voor woningen, zorg, werk en lokale economie. Het toekomstbeeld Zundert 2040 schetst de volgende ontwikkelingen.
Bevolkingsgroei
Het inwoneraantal in de gemeente Zundert groeit tussen de 2,5 en 10% tot en met 2040. We groeien vooral doordat mensen vanuit andere gemeenten of andere landen naar onze gemeente verhuizen. Dit zijn zowel jonge gezinnen als alleenstaande volwassenen. Ook zien we dat er meer mensen overlijden dan dat er kinderen worden geboren.
Vergrijzing
De vergrijzing is in 2040 op zijn hoogtepunt. Bijna één op de vier inwoners is dan 65 jaar of ouder. Ook wonen er meer 75-plussers in onze gemeente. Door de vergrijzing zien we dat in 2040 een relatief kleiner deel van de bevolking werkt dan nu. Vanwege de verhoging van de pensioenleeftijd, neemt het aantal werkende 65-plussers toe.
Arbeidsmigranten
Ook zien we dat ongeveer 10 procent van de inwoners van Zundert bestaat uit arbeidsmigranten. Het is de verwachting dat het aantal arbeidsmigranten in de toekomst nog verder gaat groeien. Ondanks dat de robotisering op komt, zal door o.a. vergrijzing en versterking van diverse sectoren de behoefte aan arbeidsmigranten niet afnemen. Meer dan 20 procent van de banen in de gemeente Zundert is namelijk in de agrarische sector.
SCHAARSTE RAAKT ONS OP STEEDS MEER GEBIEDEN
We lopen aan tegen fundamentele schaarsten die steeds meer schuren: gebrek aan arbeidskracht, gebrek aan ruimte, gebrek aan grondstoffen, gebrek aan energie en gebrek aan geld. Ook de beschikbaarheid van drinkwater wordt minder vanzelfsprekend. De schaarste leidt tot lastige keuzes en dwingt ons om afwegingen te maken.
Arbeidskracht
Zundert heeft nu een lage werkloosheid vergeleken met Nederland en de regio West-Brabant. Dit blijft de komende jaren zo, vooral door vergrijzing: veel inwoners gaan met pensioen, waardoor er ruimte ontstaat op de arbeidsmarkt. Er blijft behoefte aan vakmensen, vooral in sectoren waar praktische vaardigheden belangrijk zijn. Tegelijkertijd groeit het aantal inwoners met een middelbare of hogere opleiding. Dit past goed bij de vraag naar theoretisch opgeleid personeel.
Deze ontwikkelingen zorgen voor een blijvende behoefte aan personeel – ook binnen onze eigen organisatie. Vooral functies in het ruimtelijk domein zijn moeilijk in te vullen. Dit kan leiden tot vertraging bij het uitvoeren van taken en beïnvloedt onze dienstverlening. Daarom moeten we blijven investeren in onze aantrekkelijkheid als werkgever, zodat we geschikte medewerkers kunnen aantrekken en behouden.
Fysieke ruimte, grondstoffen en drinkwater
De druk op beschikbare grond groeit, grondstoffen worden schaarser en bij de inkoop van onze diensten en huidige contracten merken we dat prijzen stijgen door geopolitieke ontwikkelingen. Op dit moment inventariseren we wat dit voor ons betekent – met als verwachting dat we rekening moeten houden met hogere kosten. Dit leidt tot risico’s op vertraging van projecten door beperkte ruimte, langere levertijden van materialen én hogere brandstof- en materiaalkosten. En risico op hogere kosten – zowel door vertraging als door extra kosten die door schaarste ontstaan.
Drinkwater is niet meer vanzelfsprekend. De druk op de drinkwatervoorziening groeit: nieuwe woningbouwlocaties kunnen soms niet direct worden aangesloten. En provincies verscherpen de regels om grondwater te beschermen. Hierdoor lopen we tegen risico’s aan: vertraging van projecten en hogere kosten door vertraging en extra uitgaven voor watermaatregelen.
Energiezekerheid en netcongestie
Energiezekerheid is een randvoorwaarde voor vrijwel alle maatschappelijke opgaven. Het stroomnet is echter vol. Er is – in ieder geval tot 2035 - onvoldoende ruimte voor nieuwe aansluiting. Dit raakt onze ambities en ontwikkelingen. Het betekent namelijk dat nieuwe gebouwen niet meer of met (veel) vertraging kunnen worden aangesloten op het electriciteitsnetwerk. We houden rekening met een aansluitstop voor groot- én kleinverbruik. Naast een aansluitstop blijft het risico op uitval van het stroomnetwerk door overbelasting of preventief afschakelen sterk aanwezig.
Afhankelijk van het Rijk voor geld en slagkracht
1. Onze financiële positie staat onder druk
Als gemeente zijn we afhankelijk van het Rijk – zowel voor onze inkomsten als voor een groot deel van onze taken. De financiële middelen die we ontvangen, staan onder druk: de inkomsten zijn niet in balans met de stijgende kosten, vooral bij jeugd- en ouderenzorg.
Het kabinet wil bezuinigen op onze inkomsten via het gemeentefonds, maar heeft dit uitgesteld tot 2028. De onzekerheid over de periode vanaf dit ravijnjaar blijft bestaan.
2. Meer taken, minder ruimte om zelf te beslissen
We worden vaker door het Rijk ingezet voor extra (tijdelijke) taken, waarbij verwacht wordt dat we snel en flexibel reageren.
- Soms worden tijdelijk opgelegde taken blijvend, zonder dat we de bijbehorende inkomsten ontvangen om ze goed uit te voeren.
- Daarnaast zijn weliswaar de plannen van het nieuwe kabinet op hoofdlijnen bekend, maar nog niet vertaald naar concreet beleid.
Dit levert risico’s op. Door deze disbalans tussen taken, bevoegdheden en geld krijgen veel gemeenten hun begroting niet rond. Bovendien beperken deze onevenwichtigheden én de extra opgelegde taken onze beleidsvrijheid en slagkracht. Dat kan ertoe leiden dat we lopende opgaven moeten uitstellen of bepaalde zaken niet meer kunnen uitvoeren.
MINDER VERTROUWEN IN DE OVERHEID
Afnemend vertrouwen, vooral door landelijke invloeden
Inwoners hebben steeds minder vertrouwen in de overheid. Lokale politici worden nog wel gewaardeerd, maar landelijke ontwikkelingen kleuren ook het beeld van gemeenten. Dit komt doordat:
- Veel inwoners weinig weten over wat hun gemeente doet.
- Ze duidelijke keuzes verwachten, maar besluiten soms als onlogisch of onrechtvaardig ervaren.
- Mensen steeds vaker vanuit eigen belang kijken in plaats van naar het bredere maatschappelijke belang.
Spanning tussen individuele wensen en collectieve belangen
De balans zoeken wordt lastiger:
- Het idee van brede welvaart voor iedereen lijkt niet voor iedereen haalbaar.
- Kansenongelijkheid groeit, wat kan leiden tot meer verdeeldheid.
Deze ontwikkelingen kunnen leiden tot meer weerstand tegen beleid, vertraging bij projecten doordat afstemming met inwoners en belangengroepen complexer wordt, en een kloof tussen inwoners onderling. Belangrijkste uitdaging: hoe blijven we als gemeente een verbindende rol spelen – met duidelijke communicatie en consistente en transparante besluitvorming.
DIGITALISERING EN ROBOTISERING
Optimale dienstverlening aan inwoners, ondernemers en partners vraagt om betrouwbare, beschikbare en controleerbare informatie. Steeds vaker zetten we hierbij technologie in: van data en automatisering tot kunstmatige intelligentie (AI), Cloud toepassingen, chatbots en robots. Deze ontwikkelingen raken niet alleen ons interne werk, maar ook hoe we contact houden met inwoners.
Technologie biedt kansen – zoals snellere service en efficiëntere processen – maar brengt ook uitdagingen met zich mee. We moeten zorgvuldig omgaan met ethiek, privacy en openheid, vooral bij het gebruik van AI. Daarnaast verandert de context van onze informatie voortdurend: technologisch, maatschappelijk en juridisch.
MAATSCHAPPELIJKE WEERBAARHEID EN VEILIGHEID
Maatschappelijke weerbaarheid wordt steeds belangrijker. Gemeenten, organisaties, verenigingen en inwoners worden gestimuleerd om zich beter voor te bereiden op mogelijke crises, zoals droogte, hitte, oorlog en het uitvallen van vitale processen, waaronder elektriciteit.
Door geopolitieke ontwikkelingen, zoals de oorlog in Oekraïne, nemen de zorgen over veiligheid en vrijheid binnen de Europese Unie toe. Ook in Nederland groeit de dreiging van militaire en hybride aanvallen, waaronder sabotage.
Gemeenten, zowel hun bestuur en inwoners, worden opgeroepen om te helpen bij het beschermen van nationale veiligheidsbelangen. Defensie maakt meer gebruik van diverse gebieden voor oefeningen. Dit vraagt om een goede samenwerking tussen Defensie en lokale overheden.
TOENAME EN MEER COMPLEXE VRAGEN VAN KWETSBARE INWONERS
Onze bevolking vergrijst en meer mensen hebben een slechte lichamelijke of mentale gezondheid. Kwetsbare ouderen wonen langer zelfstandig thuis en minder vaak in een zorginstelling Dit vergroot de vraag naar ondersteuning bij thuis wonen, passende woonvormen en meer inzet van informele hulp. Een tekort aan passende woningen (met zorg en ondersteuning) zien we ook bij andere groepen, zoals mensen met een psychische kwetsbaarheid.
Daarnaast groeit de vraag naar jeugdzorg al enkele jaren. Er zijn zorgen over hoe het jeugdstelsel werkt, en over de beheersbaarheid en kosten. Deze zorgen zijn actueel en zullen niet snel verdwijnen. Ook zijn er meer maatschappelijke problemen die het welzijn van inwoners in Zundert beïnvloeden, zoals eenzaamheid en verharding in de samenleving. In het voorkomen van (een stapeling van gezondheids-, financiële en sociale) problemen en het vroegtijdig signaleren hiervan ligt een grotere rol voor de gemeente. Bijvoorbeeld door het bevorderen van een gezonde leefstijl, meer inzet van welzijnswerk, stimuleren van (brede) participatie onder alle inwoners, samenwerking met partners, zoals onderwijs en woningcorporaties, en het verstevigen van (informele) sociale netwerken.
DRUK OP TOEKOMSTBESTENDIGHEID VAN MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN
De verenigingen in Zundert bruisen en dragen bij aan één van onze kernwaarden: gemeenschapszin. Ons hoge voorzieningenniveau in de kernen versterkt deze verbondenheid. Tegelijkertijd staan we voor uitdagingen: We hebben een relatief grote voorraad aan (verouderde) accommodaties. Deze gebouwen moeten bovendien versneld worden verduurzaamd, wat forse investeringen vraagt. Daarbij speelt ook de financiële druk waar de gemeente mee te maken heeft. Hierdoor is het noodzakelijk om strategische keuzes te maken in de totale portefeuille van maatschappelijke accommodaties.
WONINGBOUWOPGAVE
Inwoners waarderen het wonen in de gemeente Zundert. Onze dorpen hebben elk hun eigen karakter en de sociale samenhang is groot. Maar we staan voor uitdagingen:
- Waar bouwen we? De afgelopen jaren realiseerden we veel woningen op inbreidingslocaties, maar deze plekken worden schaarser.
- Hoe behouden we ons dorpse, groene karakter? Dit is belangrijk voor ons typerende woonmilieu en onze economie (zoals de boom- en zacht fruitteelt).
- Hoe houden we wonen betaalbaar? Het aantal woningzoekenden groeit, ook omdat mensen uit de stad vaker een gezinswoning bij ons zoeken. Zij versterken onze voorzieningen en verenigingen, maar drukken de woningprijzen op.
- Bovendien nemen de kosten toe. De gemeente krijgt stevige bouwopgaven van Rijk en provincie, terwijl de uitgaven voor gebiedsontwikkeling stijgen door inflatie, duurzaamheidseisen, stikstofmaatregelen en personeelstekorten.
Dit leidt tot hogere plankosten en risico op onrendabele toppen in projecten, meer druk op gemeentelijke investeringen in infrastructuur, groen, water en voorzieningen. Mogelijk is extra geld nodig voor subsidies (bijv. Woningbouwimpuls) vanwege de noodzaak tot cofinanciering. Ook vraagt het extra inzet op grondbeleid en projectmanagement.
VITAAL BUITENGEBIED
Het buitengebied staat voor twee belangrijke uitdagingen:
Driftproblematiek als risico voor gezondheid en milieu
Onder de Omgevingswet heeft de gemeente een zorgplicht om dit aspect mee te wegen bij ruimtelijke plannen. Dit leidt tot complexere procedures.
Strengere eisen voor VAB-locaties door de Raad van State
De uitspraak van de Raad van State over het aantoonbare goede woon- en leefklimaat maakt functiewijzigingen van agrarische bebouwing naar burgerwoningen moeilijker.
Deze ontwikkelingen vergroten de druk op de toch al schaarse ruimte en kunnen leiden tot vertragingen en hogere kosten. Er is dringende behoefte aan passende maatregelen en een goede onderbouwing van een gezond woon- en leefklimaat. Hieraan werken we al samen met het Rijk en de provincie.