Inleiding
Financiering gaat over de manier waarop de gemeente geld aantrekt die zij nodig heeft en geld (tijdelijk) belegt wanneer er overtollig geld is. Dit noemen we de financieringsfunctie. De Wet Financiële Decentrale Overheden (Wet fido) geeft het kader waarbinnen we de financieringsfunctie uitvoeren. Rentevisie, liquiditeitenplanning en financieringsbehoefte De rente bevond zich in de voorbije jaren op een zeer laag niveau. Dit geldt zowel voor de kortlopende (tot 1 jaar) als voor de langlopende geldleningen. In 2025 is de rente op geldleningen, zowel kort als lang ongeveer hetzelfde gebeleven ten opzichte van 2024. Met een stand van ongeveer 3% voor leningen met een looptijd van 20 jaar. Het is gezien onzekerheden op mondiale ontwikkelingen niet verantwoord om een concrete renteverwachting af te geven.
Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is het maximale bedrag waarmee een financieringstekort met een kortlopende lening en/of rekening courant krediet gefinancierd mag worden. De tabel hieronder geeft de kasgeldlimiet voor het afgelopen jaar weer. Op grond van de cijfers is de conclusie dat ruimschoots aan de limiet wordt voldaan.
| Kasgeldlimiet 2025 | Bedragen x € 1.000 |
|---|---|
|
Begrotingstotaal per 1 januari 2025 |
69.233 |
|
Kasgeldlimiet = 8,5% van het begrotingstotaal |
5.885 |
|
Netto vastgestelde schuld 1e kwartaal 2025 |
-6.756 |
|
Ruimte onbenutte kasgeldlimiet |
12.641 |
|
Netto vastgestelde schuld 2e kwartaal 2025 |
-11.563 |
|
Ruimte onbenutte kasgeldlimiet |
17.448 |
|
Netto vastgestelde schuld 3e kwartaal 2025 |
-13.927 |
|
Ruimte onbenutte kasgeldlimiet |
19.812 |
|
Netto vastgestelde schuld 4e kwartaal 2025 |
-13.186 |
|
Ruimte onbenutte kasgeldlimiet |
19.071 |
Renterisiconorm
Om te voorkomen dat er jaarlijks grote wijzigingen zijn in de rentelasten, is de renterisiconorm voorgeschreven (Wet fido). De jaarlijkse aflossingen plus wijzigingen in de rente (bijvoorbeeld na afloop van een rentevaste periode is een nieuwe rentevaste periode met een herziene rente overeengekomen) mogen niet meer dan 20% van het begrotingstotaal zijn.
| Renterisiconorm 2025 | Bedragen x € 1.000 |
|---|---|
|
Begrotingstotaal per 1 januari 2025 |
69.223 |
|
Renterisiconorm 20% van begrotingstotaal |
13.847 |
|
Aflossing vaste schuld |
1.801 |
|
Renteherziening vaste schuld |
0 |
|
Ruimte onder de renterisiconorm |
12.046 |
Op grond hiervan kan worden geconcludeerd dat we onder de renterisiconorm blijven.
Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof)
Op basis van deze wet moeten het rijk en de decentrale overheden zich houden aan de doelstellingen in het Stabiliteits- en Groeipact. Eén van de doelstellingen is dat het nationaal begrotingstekort (het EMU-saldo) niet meer dan 3% mag zijn.
Het EMU-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid. Hierbij wordt dus gekeken naar geldstromen. Voor de bijdrage van de gemeenten aan het begrotingstekort wordt niet naar de individuele gemeenten gekeken, maar naar alle gemeenten gezamenlijk. Als de gemeenten gezamenlijk boven de gestelde norm uitkomen, volgt er een sanctie. Deze sanctie volgt alleen als aan Nederland op grond van Europese regelgeving een boete wordt opgelegd. De gemeenten worden dan gekort via het Gemeentefonds. Voordat daadwerkelijk een sanctie wordt opgelegd, wordt eerst bestuurlijk overlegd. Het EMU-saldo ziet er als volgt uit:
| Kasstroomoverzicht 2025 (bedragen x € 1.000) | Primitief begroot 2025 | Gewijzigd begroot 2025 | Realisatie 2025 |
|---|---|---|---|
|
Kasstroom uit operationele activiteiten |
|
|
|
|
afschrijvingen |
2.233 |
1.998 |
2.004 |
|
mutaties voorzieningen |
-2.482 |
216 |
1.446 |
|
mutaties reserves |
-166 |
539 |
656 |
|
mutaties voorraden |
0 |
0 |
254 |
|
resultaat |
1.207 |
1.139 |
3.022 |
|
mutaties werkkapitaal |
0 |
0 |
-7.724 |
|
Kasstroom uit operationele activiteiten |
792 |
3.892 |
-342 |
|
|
|
|
|
|
Kasstroom uit investeringsactiviteiten |
|
|
|
|
investeringen in vaste activa |
-14.706 |
-7.822 |
-5.821 |
|
verstrekte langlopende vorderingen |
-2.000 |
-2.000 |
-2.000 |
|
aflossingen langlopende vorderingen |
0 |
0 |
0 |
|
Kasstroom uit investeringsactiviteiten |
-16.706 |
-9.822 |
-7.821 |
|
|
|
|
|
|
Kasstroom uit financieringsactiviteiten |
|
|
|
|
nieuwe langlopende leningen |
17.000 |
10.000 |
10.000 |
|
aflossingen langlopende leningen |
-1.801 |
-1.801 |
-1.801 |
|
Kasstroom uit financieringsactiviteiten |
15.199 |
8.199 |
8.199 |
|
|
|
|
|
|
Mutatie liquide middelen |
-715 |
2.269 |
36 |
|
|
|
|
|
|
EMU-saldo (operationele + investeringsactiviteiten) |
-15.914 |
-5.930 |
-8.163 |
Rentelasten en renteresultaat
Manier waarop rentekosten nomaliter doorbelast worden:
- voor de rentetoerekening aan activa wordt een vast rentepercentage toegepast van 1 %
- aan reserves en voorzieningen wordt geen rentetoerekening gehanteerd
- aan grondexploitaties wordt een rente toegerekend van 1% in 2025
Het renteresultaat was op begrotingsbasis positief. De doorbelaste rente is hoger dan het saldo van de rentekosten en rentebaten. Dit wordt veroorzaakt doordat het tarief dat gebruikt wordt voor de doorbelasting naar de diverse taakvelden van de programma's afgerond is op 1%. Op werkelijke basis heeft er een bijstelling naar 0,25% plaatsgevonden, waardoor het resultaat nagenoeg nihil is.
| Rente 2025 (bedragen x € 1.000) | Primitief begroting 2025 | Gewijzigd begroot 2025 | Realisatie 2025 |
|---|---|---|---|
|
Rentelasten korte en lange financiering |
605 |
401 |
396 |
|
Rentebaten |
-128 |
-214 |
-251 |
|
Door te berekenen externe rente |
477 |
187 |
145 |
|
|
|
|
|
|
Doorberekende rente aan grondexploitaties |
0 |
-5 |
-4 |
|
Saldo door te berekenen externe rente |
477 |
182 |
141 |
|
|
|
|
|
|
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente |
-797 |
-160 |
-161 |
|
Renteresultaat op het taakveld treasury |
-320 |
22 |
-20 |